- 2 grote pinsa-bodems
- 150–180 g rode pesto (pesto rosso)
- 2 burrata’s van ± 125 g
- 120–150 g rauwe ham (prosciutto crudo)
- 250 g cherrytomaatjes
- 1 flinke hand verse basilicum
- 2 el olijfolie
- 1 biologische citroen
- balsamicocrème naar smaak
- Versgemalen zwarte peper
- Eventueel een beetje grof zeezout
Pinsa komt uit Rome en lijkt op pizza, maar heeft een heel eigen karakter. De naam is afgeleid van het Latijnse pinsere, wat zoiets betekent als drukken of uitrekken met de hand.
Verwarm de oven voor op 220 °C (of volgens de aanwijzingen op de verpakking van de pinsa).
Bestrijk de pinsa’s met een dun laagje olijfolie en bak ze eerst ongeveer 5–7 minuten, zodat de bodem lekker warm en krokant wordt.
Haal ze uit de oven en verdeel de rode pesto erover. Scheur de burrata in stukjes en verdeel die over de pinsa. Zet nog 2–3 minuten terug in de oven — net lang genoeg om de burrata een beetje zacht te laten worden.
Haal de pinsa eruit en beleg met de rauwe ham en gehalveerde cherrytomaatjes. De ham gaat er dus pas na het bakken op; zo blijft hij heerlijk zacht.
Werk af met veel verse basilicum, een beetje fijn geraspte citroenschil, zwarte peper en een mooie zigzag balsamicocrème.
Kleine extra die ik bij deze combinatie echt lekker vind: een paar druppeltjes olijfolie over de burrata en héél weinig citroenrasp. Dat frisse haalt de rode pesto en de rauwe ham prachtig omhoog.
Als hoofdgerecht: ½ grote pinsa per persoon. Als aperitief of voorgerecht kun je deze hoeveelheid makkelijk voor 6–8 personen in kleine stukken snijden.

